Naar de arbeidsmarkt

Praktijkonderwijs betekent voor de meeste leerlingen eindonderwijs en werkt daarom toe naar de arbeidsmarkt. Hiermee wordt gestart in de onderbouw (de eerste en tweede klassen) via een veelheid aan praktijkvakken en via de aansluiting van de theoretische vakken op de praktijk van alledag.

In de bovenbouw (derde, vierde en vijfde klassen) vinden uitbreiding en verdieping van het geleerde van de voorgaande jaren plaats, maar daarnaast wordt het accent vooral gelegd op kennismaking met arbeid in een zo breed mogelijke opzet. Daarbij is sprake van:

  • Training in arbeidsvaardigheden. Dit doen we het oefenbedrijf (een in de school toegepaste productielijn), training in sociale vaardigheden, sollicitatietrainingen, enz. Deze training vindt plaats in het derde leerjaar. Verderop op deze bladzijde meer informatie over het oefenbedrijf.
  • Kennismaking met het bedrijfsleven door middel van bedrijfsbezoeken en oriënterende stages. Deze oriënterende stages vinden plaats in verschillende branches, bijvoorbeeld in de verzorging, de bouw, het winkelbedrijf. De bedrijfsbezoeken vinden plaats in het derde leerjaar, de oriënterende stages in het vierde leerjaar.
  • De arbeidsstage: langdurige stages in bedrijven uit één branche. Deze arbeidsstages vinden plaats in het vijfde leerjaar.

De stages zijn minimaal twee dagen per week. De school zoekt een stageplaats die past bij de wensen van een leerling. Ouders kunnen echter ook een stageplaats voorstellen. Pas nadat een stagecontract is opgemaakt en ondertekend door school én ouders én stagebedrijf kan een leerling met een stage beginnen.

De leerlingen worden tijdens de oriënterende stage beoordeeld op werknemersgedrag (op tijd komen, omgangsvormen, omgang met collega’s en met leidinggevenden, motivatie enz.) en op de vaardigheden. Als het werknemersgedrag in orde is ontvangt de leerling na afloop van de stage een certificaat. Alleen als een leerling twee of drie certificaten gehaald heeft kan hij/zij deelnemen aan de arbeidsstage in de vijfde klas.

Er is regelmatig overleg tussen stagebedrijf en de stagedocenten van de school. Van de ouders wordt actieve medewerking gevraagd. Tijdens de informatie-avond voor de derde klas wordt ingegaan op het oefenbedrijf, en tijdens de informatie-avond voor de vierde klas wordt ingegaan op de stages en de wijze waarop ouders hieraan kunnen meewerken.

Naast het accent op de aanloop naar de arbeidsmarkt zorgt de school voor ondersteuning bij het verkrijgen en het behouden van een arbeidsplaats.

Het oefenbedrijf
De interne stage vindt op de Hofstede in de derde klas plaats. Het gaat daarbij om het aanleren van vaardigheden door het systematisch verrichten van bepaalde handelingen in een echte, maar beschermde werkomgeving. Deze stage is een voorbereiding op de stage buiten school. De leerlingen moeten die vaardigheden leren die vereist zijn om op een stageplaats te kunnen functioneren. Het gaat daarbij om wennen aan werk en aan eisen, om sociale en communicatieve vaardigheden, om elementaire praktische vaardigheden en om reflectie op leerresultaat. De bedrijven die ons werk leveren worden bij de opzet van de interne stage betrokken. Door het oefenbedrijf krijgen de docent en de leerling inzicht in de praktische (on)mogelijkheden.

In het oefenbedrijf worden heel verschillende werkzaamheden aangeboden, bijvoorbeeld:

  • Montage-werk
  • Assemblage (samenstellen uit meerdere onderdelen)
  • Postverwerking
  • Mailing-opdrachten
  • Inpakwerk
  • Assisteren in onze eigen catering
  • Een koffieronde verzorgen
  • Garage-werkzaamheden: autopoetsen, banden verwisselen
  • Leren werken met een pompwagen
  • Een kennismakingsronde lopen met bezoekers

Het oefenbedrijf wordt afgesloten met een certificaat. De leerling wordt beoordeeld op werknemersgedrag en vaardigheden. Het stageadvies voor de vierde klas is mede afhankelijk van het gedrag en de prestaties van de leerling tijdens het werken in het oefenbedrijf. De beoordelingscriteria zijn dezelfde als bij de oriënterende stage in de vierde klas, zodat de leerlingen vast kunnen wennen aan de criteria waarop ze in het stagebedrijf beoordeeld worden.

De leerlingen werken zes lesuren in de week in het oefenbedrijf. In de derde klas staat het theorievak ‘Arbeidsoriëntatie’ op het rooster. Hierin vindt koppeling tussen theorie en praktijk plaats.